Column over barmhartigheid, mededogen of de kleine goedheid
Door: Gerard van Knijff
Barmhartigheid is een oud begrip. Net als het woord mededogen. Helaas wordt het beoefenen van barmhartigheid of het hebben van mededogen vaak gekleurd met medelijden. Dan ontstaat er vrijwel onmiddellijk een ongelijkwaardige relatie tussen de mens die barmhartig is of mededogen heeft met de verdrietige medemens, de medemens in nood. Het is, in mijn overtuiging, heel essentieel dat dit niet gebeurd. In tegendeel als ik door de medemens in nood geraakt word dan kan dat voor mij een moment van genade zijn. Ik kan dan worden geïnspireerd om op gepaste wijze aan de ander te geven wat kennelijk nodig is zonder enige verdere verplichting. Het is, wat de Joodse filosoof Levinas, de kleine goedheid noemt.
De kleine goedheid
Het volgende citaat van Emmanuel Levinas, dat gebaseerd is op ideeën uit de roman Leven en lot (1961)* van de Oekraïens-Russische schrijver Vasili Grossman (1905-1964), zet ons op het spoor van ‘de kleine goedheid’ als een bijzondere vorm van barmhartigheid. Het geeft ons ook een inkijk in de ziel en de werking van die kleine goedheid in ons menselijk samenleven.
‘Tussen alle verwording van menselijke verhoudingen houdt de goedheid stand. Ze blijft mogelijk, ook al kan ze nooit een systeem of sociaal regime worden. Elke poging om het menselijke helemaal te organiseren is tot mislukken gedoemd.
Het enige wat levendig overeind blijft is de kleine goedheid van het dagelijks leven. Ze is fragiel en voorlopig. Ze is een goedheid zonder getuigen, in stilte voltrokken, bescheiden, zonder triomf.
Ze is gratuit en juist daardoor eeuwig. Het zijn gewone mensen, ‘simpele zielen’, die haar verdedigen en ervoor zorgen dat ze zich telkens weer herpakt, ook al is ze volstrekt weerloos tegenover de machten van het kwaad.
De kleine goedheid kruipt overeind, zoals een platgetrapt grassprietje zich weer opricht. Ze is misschien wel ‘gek’, een ‘dwaze goedheid’, maar ze is tegelijk het meest menselijke in de mens.
Ze wint nooit, maar wordt ook nooit overwonnen!’
*(vertaling: Froukje Slofstra, Amsterdam, uitgeverij Balans, 2010)
De recente ontwikkelingen in de Tweede Kamer over de asielwetgeving hebben gemaakt dat ik deze column ben gaan schrijven. Ik hoop maar dat de Raad van Staten in al haar wijsheid dit amendement in de meest krachtige bewoordingen afraadt. Het staat zo op gespannen voet met onze eeuwenoude Christelijke tradities van menslievendheid en “heb uw vijanden lief”. Het hoopvolle is voor mij is dat de kleine goedheid in ieder geval iets blijvends is. Daar vertrouw ik dan maar op.







